Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is dit het geval, dan komt de oude waarheid weer op den voorgrond: de zedelijke persoonlijkheid \an den mensch is in deze kennis betrokken. V erwachtten wij bij de verklaring van het ontstaan van den godsdienst een wijzen op de harmonie van het al, die den kinderlijken „wilde" gevolgtrekkingen deed maken krachtens zijn causaliteitsidee; hier zouden wij bij Prof. Sabatier, den afstammeling der Mugenoten, den discipel van Kant, in de eerste plaats een tegenstelling verwachten : de tegenstelling van den Heilige en den zondaar, van de zedewet en het „radicale Böse. Nu sleept het dogma der wedergeboorte, aan hetwelk S. eene blijvende waarheid toekent, in zijn stelsel achteraan x).

Vreemd is m. i. ook het gebruik van t woord „piété," om een act ie ven toestand des menschen aan te duiden. Spreekt men van de openbaring Gods in de vroomheid, dan zou het schijnen, alsof hier de mensch receptief optreedt, maar dit wil S. niet, want de religieuze activiteit des menschen draagt volgens hem de openbaring Gods in zich. Neemt men hier de identiteit van beiden, activiteit van den mensch en openbaring Gods in dezelfde handeling aan 2) — dan moet de vraag rijzen: heeft Feuerbach geen recht,

') Eigenaardig is, dat alleen de dogmen die bewustzijnstoestanden uitdrukken, bij S. kunnen blijven bestaan (zie bladz. 22). De eenzijdigheid van Schleiermacher's gevoelen ten dezen komt hier duidelijk uit.

s) Hiertoe zou recht geven de uitdrukking „1'identité du sujet et de 1'objet".

Sluiten