Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

emotie wakker roept. Hij voert ons in een kerkgebouw de bekende scène — waar het oude vrouwtje en de Kantiaan naast elkander zitten. De eene denkt zich bij het „Ik geloof in God, den Vader" .... den Oude van dagen met langen witten baard, de andere stelt zich den Onkenbare voor. . . .

Maar is dat nu de emotie, bedoeld door dengene, die het dogma in dien vorm goot, die het „wijsgeerig inkleedde"? Bestaat er in dat kerkgebouw religieuze gemeenschap door of ondanks die verschillende interpretatie ?

Het meest vreemde van alles is evenwel, dat in zulk een dogma de ware kern, het mystisch element, uit den vorm kan worden afgescheiden. Vooral prof. Ménégoz tracht menigmaal anatomisch deze scheiding te bewerkstelligen. *)

Een raadsel is ook, waarom er zoovele dogmen noodig zijn, daar een religieuze emotie en het gevoel dat daaruit voortkomt toch niet zoo veelzijdig kan wezen. Inderdaad worden de dogmen dan ook tot eenige hoofdwaarheden, welke aan het bewustzijn uitdrukking geven, teruggebracht. Een enkele nieuwe vorm komt daarbij in de historie der godsdiensten, bij voorbeeld toen de volheid des tijds gekomen was, de religieuze mctaphoor: Christus had een zoonsbewustzijn (conscience

') Nemen wij nog eenmaal de vergelijking op met het kleed, dan wil prof. Ménégoz aan de religieuze voorstelling haar daagsche (of Zondagsche) kleed uittrekken, maar hij vergeet, dat hij de religieuze waarheid dan wel van hare kleeding, niet van haar (gebrekkig) lichaam heeft ontdaan.

Sluiten