Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De psychologische fout gaat hier over in eene bedenkelijke zienswijze ten opzichte van het historische Christendom.

Is het groote bezwaar tegen de leer van het „kritische Symbolisme" zijn generaliseeren en zijne miskenning van de eenheid der menschelijke persoonlijkheid; een dergelijk misverstand op psychologisch gebied heerscht in het Fideïsme.

Ofschoon de hoofdbedoeling hier van practischen aard is, vinden wij ook hier de deeling van den mensch toegepast in de hoofdstelling: wij worden behouden door het geloof, zonder de geloofsvoorstellingen.

Nu is de vraag: impliceert het geloof een of meer voorstellingen of niet? Men lette wel op: hier zijn niet bedoeld dogmen, of theologische speculaties, maar geloofsvoorstellingen in het algemeen. Anders geformuleerd luidt de stelling aldus: wij worden behouden door eene daad van den geheelen mensch, zonder de functie van het intellect. Doch een persoon, wiens intellectueele functie niet werkt, is geen normaal mensch meer; worden wij dus behouden qua abnormale menschen? Maar Ménégoz zelf heeft een „élément constitutif intellectuel erkend Dit bestanddeel is evenwel „minder of meer bewust." Wij worden derhalve volgens M. behouden door een innerlijke daad van ons gansche ik, (de voorstellingen ingesloten), zonder geloofsvoorstellingen.

') Echter niet terstond! Zie eerste deel van dit werk.

Sluiten