Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

samen met „heil," vurripix, waartegenover staat arwAea (en synoniemen) J). Het woord <rurr,pix is een Messiaansch begrip, duidende op het <nó£c« door den Messias. Door Hem wordt de mensch gered van „den toorn, het verderf, liet gericht, het oordeel" enz. In dien zin komt het in 't gewoon-Grieksch niet voor. 2)

Wat lezen wij echter in de genoemde studie over het „heil"?3)

„Het begrip is in het N. T.-tijdvak onder¬

worpen geweest aan eene evolutie. Zoo oordeelt de Evangelist Johannes er anders over dan de Synoptici en Paulus deden." Johannes nu is een man, die M. aantrekt. „Je vois en lui un précurseur de ma propre conception de la théologie" 4). Deze Johannes „bestrijdt niet de idee van een aardsch Messiaansch koninkrijk, dat de andere N. T. schrijvers kennen, maar gaat het stilzwijgend voorbij. Het heil is voor hem het leven, het eeuwig leven."

Maar het begrip o-wnyta kent toch Johannes ook wel. Joh. 4 : 22: r, <r(j>tripix Ije. tS>v 'IouS/xiw icriv, vergelijk (oh. 10 : 9 ;y'<>» £'■/£' '0 6i>px- St' 'ifj-oj ïxv tug wSfoeTou.

Wil men de idee van „eeuwig leven" als synoniem nemen, men bedenke, dat ook bij deze ^ aan een ontvlieden van de spyr, t?j Oïo'j (Joh. 3 : 36) gedacht is. Zoowel

') Verg. Publ. s. 1. F. p. 53.

') Dr. J. M. S. Baljon, Grieksch-Theol. Woordenb. II, blz. 862 v.v.

a) Public, s. 1. F. p. 407.

4) Public, s. 1. F. p. 406, regel 3, 4.

Sluiten