Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijde, het „libéralisme," verwijten, dat het leert: het heil door de ï.yxz-S;!

Immers, indien „hart" onderstelt: het centrum, waar verstand, gevoel en wil samenkomen; indien met tcjtpStx *) bedoeld is dat centrum der persoonlijkheid, dat door het Symbolo-Fideïsme ook elders wordt miskend, dan komt de vraag op, of de definitie van prof. Ménégoz niet eerder met 't begrip „liefde" dan met 't begrip „geloof" samenvalt. Wat het wonderlijkste van alles is, ook een „Croyant" in de Église Libre heeft dit, in 't voorbijgaan, opgemerkt: „God zijn hart toewijden, is blijkbaar hetzelfde als God liefhebben" — en ... . prof. Ménégoz heeft het hem toegegeven.

Grooter wordt nog het bezwaar wanneer wij hier op de leer van het „Symbolisme" letten. Hoe kan iemand er toe komen, zijn hart aarj God te wijden, als hij dit vroeger nog niet deed? God openbaart zich immers alleen in de „vroomheid", hoe dan indien iemand eens nog niet vroom is?

Hoe zal 't dan gaan bij al diegenen die volgens Paulus „vijanden" zijn van God ? Zij kunnen toch niet

') Ook C. Soulier en de Redacteur der Église Libre, Ch. Luigi, maken bezwaar tegen Ménégoz' opvatting van „hart", zonder echter aan 't Bijbelsche spraakgebruik te herinneren. De laatste haalt hierbij een couplet uit de Alceste van Molière aan, met kleine verandering.

„Monsieur, je suis faché d'être si difficile, Et pour 1'amour de vous, je voudrais, de bon coeur, Trouver le symbolo-fidéisme meilleur". (Égl. Libre, 1897 no. 36).

Sluiten