Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der ouden wordt intusschen door het Symbolo-F ideïsme wel wat gechargeerd. Zóó „klein" was hun heelal niet. Zegt niet de Psalmist (Ps. 103): Hij heeft onze zonden van ons gedaan „zoover als het Westen verwijderd is van 't Oosten?" Heeft de schrijver van het boek Job geen grootsche opvatting van de raadselen van het heelal? Spreekt Ps. 8 over den hemel zooals S. dat aanduidt (zie blz. 38)? - Wat de schepping betreft, de H. S. leert niet hoe, maar dat God de wereld geschapen heeft (Rom. 4 : 17, Ps. 33 enz.) Nergens wordt geleerd, wat S. schijnt te veronderstellen, dat God de wereld volmaakt heeft geschapen; wèl: om te volmaken *).

Jezus Christus, de God-mensch, Hij is en blijft het groote wonder, waarmede het Christendom staat en valt. En zoo komen wij tot de beoordeeling van zijne verschijning in het Symbolo-Fideïsme.

Hoezeer de beschouwingen van de hoogleeraren Sabatier, Ménégoz en Stapfer op dit punt ook verschillen, zij stemmen hierin overeen, dat het bovenmenschelijke of liever het buitengewone, het unieke moet gezocht worden in Jezus' bewustzijn. Hij had eene „conscience filiale," eene „conscience divino-humaine een bewustzijn, dat Hij de Messias was. Ook hier weer scheiding tusschen Jezus' gevoel (goddelijk), wil (zondeloos) en verstand (dwalend).

Op de vraag, of het bewustzijn van Jezus waar is geweest, geeft het S.-F. een toestemmend antwoord.

J) Of de S. V. in Gen. 2 : 3 eene juiste vertaling heeft, laten wij hier in 't midden.

Sluiten