Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een goeden boom, woorden, waarop men rekenen kan omdat Hij niet met zekerheid zou spreken van dingen, die Hij niet zeker wist. Zoo deelde Hij niet de dwaling zijner tijdgenooten omtrent zijn parousie en het einde der wereld, omdat Hij verzekerde: van dien dag en die ure weet niemand. *) Overigens is de synoptische traditie in dezen niet zeer duidelijk.

Een andere dwaling die Stapker noemt, is die omtrent het demonengeloof. Het is minstens zeer voorbarig om hier van „dwaling" te spreken; het volksgeloof kan soms zeer eigenaardig dwalingen hebben, waaraan eene groote waarheid ten grondslag ligt. Het terrein is hier veel te onzeker, dan dat men er een argument op zou kunnen bouwen. De hoofdbezwaren zijn echter de „letterlijke inspiratie van het O. T." en de „echtheid van den Pentateuch", waarin Jezus gedwaald zou hebben. Maar heeft men recht hier van „dwaling" te spreken ? Kwam onze Heiland dan om de menschheid les te geven in de inleiding van de boeken des O. V. ? Maar dan had de Heer toch ook van de natuurkundige waarheden zijn volk moeten onderrichten, die waarheden, waarop het Symbolo-Fideïsme zoozeer prijs stelt; dan had Hij ... . maar waar is de grens? Dat Hij, de ondoorgrondelijke mensch, de Zoon van God, tot iets beters op de wereld gezonden was dan om over kritiek of natuurkunde — hoe belangrijk overi-

') Mt. 24 : 36. Verg ook Prof. E. H. van Leeuwen. De Parousieverwachting in het N. T.

Sluiten