Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII.

Micha-ben-Jimla (i Kon. 22) is waarschijnlijk dezelfde als de profeet Elia.

VIII.

Met het „ik" der Psalmen is, met weinige uitzonderingen , oorspronkelijk de persoon van den dichter bedoeld.

IX.

De hypothese van Sellin betreffende Zerubbabei.'s koningschap is onwaarschijnlijk.

X.

In Jes. 53 : 9 leze men met Kessler, Bredenkamp, Sellin: llfi D'lii'J?-PN1 „en bij de woekeraars zijn

kruis."

XI.

In 1 Kor. 13 : 12 is h ariv'vyficurt een glosse.

XII.

De plaatsing van de tempelreiniging in het Evangelie van Johannes kan geen argument zijn tegen de echtheid van dat Evangelie.

XIII.

Het is niet wenschelijk het sociale vraagstuk bij het ontstaan van het Monnikendom te pas te brengen.

XIV.

Het begrip „voorlooper der Hervorming" is weinig bepaald.

XV.

Ten onrechte is Hugo de Groot van Papisme beschuldigd.

Sluiten