Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teruggekeerd, voelde men gedurende de eeuw in het dogma den polsslag van dat aloude geloofsleven niet meer. Voor de autonoom verklaarde Rede bleek de Confessie meer en meer een onbegrijpelijk docunvnt te zijn.

Hierbij kwam nog het practisch bezwaar, dat vele HigliChurch-predikanten, voorgegaan door Hoadly en Clarke, op het stuk der Triniteit semi-Ariaansch of Eusebiaansch, en op het stuk der Soteriologie Arminiaansch dachten; derhalve werd de Onderteekening van de .'59 Artikelen voor hen een kwellend juk. Zelfs de Nonconformisten, vooral de Presbyterianen, waren van Ariaansche ketterij niet vrij te pleiten. Ook onder hen verlangden velen naar de verlaging der Onderteekening tot eene traditioneele onbeduidendheid. Lardner, Peirce en Hallet waren verklaarde Arianen; ') Watts helde daartoe over, en zelfs tijdelijk de beroemde Doddridge. 2)

Zeer verschillend dacht men over de waarde der Onderteekening. Sommigen meenden, dat vooral de letterlijke beteekenis bindend was; anderen, dat men alleen de substantiëele waarheid in de artikelen vervat behoefde te huldigen; nog anderen, dat zij enkel als «articles of peace» dienden en het dus de plicht der geestelijken was ze niet aan te vallen; eindelijk sommigen, dat de onderteekenaar vrij uitging, als hij maar daaraan geloofde, toen hij geroepen werd ze te onderschrijven. n)

Deze anti-confessioneele geest inspireerde Blackburne bij zijn Confessional, een werk dat in 176(5 verscheen. Hierin werd de leer verkondigd, dat alleen de Bijbel hel religieuze boek der Protestanten is en dat daarom geen Protestantsche kerk recht heeft eene onderteekening van geloofsartikelen te eischen. De geestelijken kunnen hun-

1) Bogue and Bexxett, a. w., 1801), III, p. 217.

2) Leslie Stephen, a. w., I, p. 421.

3) Lecky, a. w., II, p. 542.

Sluiten