Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven, van zijn strijd en lijden. De Lutliersche juicht.» 1)

Doch ook in Gereformeerde landen zijn er, die hij voorkeur juichen willen, inzonderheid wanneer de geloofsjubel zich onder de Gereformeerden niet genoegzaam laat hooien. En juist tegen een z.g. geestelijk Pessimisme 2) reageert dan een zucht naar vrijheid en blijheid, die mede de aanleiding tot de opkomst van een opgewekt, vroolijk Christendom is. :i) De aanleiding, want de oorsprong van dit vroolijk Christendom moet hij Weslky veel dieper worden gezocht, nl. hierin dat hij sedert zijn studententijd ') geloofde aan de perfectibiliteit van den mensch, wat Allahd Piehson het wezen van het Optimisme noemt. 5) Op nadrukkelijke wijze verbindt dan ook Wesley een Revival aan de leer van de Christelijke Perfectie, °) eene combinatie die in dit verband zeer de aandacht verdient. Want immers, er blijkt ten duidelijkste uit hoe de Wesleyaan, ten dienste van zijn opgewekt Christendom, het «kleine beginsel van gehoorzaamheid» uitruilt tegen een onwaar Perfectionisme. Doch deze ondiepe opvatting der heiligmaking kan niet anders dan groote schade aanbrengen aan hel ernstig karakter van het Gereformeerde geloofsleven.

1) De la Saussayk, a. w., p. 116. — Cf. Scholtkn, II. A'.s, II, p. 135.

2) Abbky and Ovkrton, a. w., p. 315: The typical Puritan was gloomy and austcre; the typical Evangelical was bright and genial.

3) Uitvoerig handelt VVkslky over des Christens blijdschap in zijn leerrede: Wilncss of our oivn Spiril, Works. V, p. 141-4.

4) Dat hij sedert 1725 aan de Perfectie geloofde, blijkt uit zijn Journal, May 14, 1765.

5) Oudere Tijdgenooten, p. 49.

6) Noot 2, p. 95. — Jrnl, Aug. 14, 1776: Here (Launceston) I found the plain reason why the work of God had gained no ground in this Circuit all the year. The preachers had given up the Methodist testiraony. Either they did not speak of perfection at all, (the peculiar doctrine comniitted to our trust,) or they spoke of it only in general terms, without urging the believers to „go on unto perfection", and to expect it every moment. And wherever this is not carnestly done, the work of God does not prosper. /</., Aug. 4, 1775.

Sluiten