Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

psychiaters ze onder de rubriek: Neurosen, d. w. z. functioneele ziekten van liet zenuwstelsel, waarbij geen anatomische afwijkingen geconstateerd zijn. Het groote aetiologisch moment voor hysterie is, volgens Dr. Jelgersma, de herediteit; ]) en eene van de meest werkende oorzaken, (le emotie. -)

Nu kan men op deze emotie niet beter inwerken, dan door den mensch uit zijn kosmisch verband los te maken en het volle licht van den oordeelsdag te laten opgaan over de donkerheid zijner zonde,3) waarvoor het akosmische beginsel van den Methodist hem in het gevlei komt. En al ontwikkelt zich gewoonlijk hieruit geen hysterisch acces, bij een Revival wordt de emotie toch altijd min of meer geprikkeld. Met een verlichting des verstands door de Goddelijke waarheid schijnt men dan o zoo weinig rekening te houden. Terecht heeft Prof. Jonathan Edwards, op wien de Methodisten zich gaarne beroepen, als eisch voor de «geheiligde hartstogten» (affections) gesteld, dat zij moeten «ontstaan uit zulk eene verlichting des verstands, waardoor het zelve de goddelijke dingen op eene recht geestelijke wijze kent en beschouwt.» 4)

Een voorbeeld van de Methodistische boetepredicatie bieden de in Amerika gehouden Campmeetings: 5)

1) Leerboek der functioneele Neurosen, p. 199.

2) Ibid., p. 203, 421.

3) Zie noot 2, p. 101. — Alexander Kkox, een Methodist, verdedigt deze inwerking op het religieus gevoel: It was not wholly unsuitable that, in the first instunce, the feelings of that class (de armen) should be roused by gross and palpuble means; and, liowever incongruously those agitations and swoonings were associated with any kind of Christian preaching; it inay be questioned whether... the primary nucleus of Wesleyan Mcthodism would have been forined either so speedily or so fermentingly, if the iirst impression on its component members had been more rational or less sensitive (Southey, a. w., p. 145).

4) Verhandeling over de godsdienstige Hartstogten, vertaald door M. v. Werkhoven, p. 287.

5) Het citaat is uit Jüxgst, Wesen u. Berecht, d. Meth., p. 17 v. — 1®. 51:

Sluiten