Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die ik gemakshalve „vol" zal noemen, werden nu ter controle een 2de soort doorsneden onderzocht, die ik met „leeg" zal betitelen. Vooraleer namelijk deze met het alkaloïde-reagens in aanraking kwamen, werden zij eenigen tijd in een 5% oplossing van wijnsteenzuur in absoluten alcohol gebracht. Bevatten nu de cellen alkaloïde, dan is het duidelijk, dat dit in de laatste vloeistof oploste en dus in een „leege" doorsnede geen praecipitaat met een alkaloïde-reactief meer werd verkregen, terwijl dit natuurlijk wel het geval was geweest met een „volle" doorsnede.

Gaven zoowel „volle" als „leege" doorsneden onder het microscoop hetzelfde beeld te aanschouwen, dan werd aangenomen dat daarin geen alkaloïde aanwezig was.

Voor de macrochemische kwantitatieve bepalingen werden de methoden van Dikterich en die van Keller gevolgd.

Het zaad of de kiemplanten werden gekneusd, bij 45° gedroogd, en wat de eerste methode betreft aldus behandeld.

10 gram werd met ± 20 gram versch gebluschte kalk gemengd en in het Soxhelet-apparaat met

1) Schweizerische Wochenschrift für chemie unrt Pharmacie. Zürich. 1894. pag. 44.

Sluiten