Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In een zeer jongen bladsc/rijf van 0,5 cM. lengte was het in de epidermiscellen aan te toonen van boven- en onderzijde.

De bladsteel, die dezen schijf droeg, was zeer rijk aan alkaloïde in de epidermis, doch ook alle schorsparenchijmcellen waren in het bezit daarvan.

Hoofdwortel. De epidermis die uit verweerde cellen bestond, tevens het verweerde weefsel daaronder gelegen, was vrij van alkaloïde. Het levende schorsparenchijm, n.1. 3 a 4 rijen cellen daarvan, liet in zijn inhoud overvloedig alkaloïde aanwijzen.

De zijwortels bezitten daarvan niets.

Het alkaloïde treedt dus voor 't eerst in het vegetatiepunt op, daarna in de epidermis van alle organen behalve in den bladschijf. Er is echter ook hier een stadium waarin noch zaad, noch kiemplant alkaloïde bezit.

Tevens blijkt het zaad alkaloïde te verliezen tijdens het volkomen rijpen en ouder worden.

B. Conium maculatum. L.

De localisatie in de vrucht van deze plant is door velen bestudeerd. Daar niet allen éénstemmig tot hetzelfde resultaat komen, vermeld ik hier in

3

Sluiten