Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de kiem kon ik niet met zekerheid alkaloïde aantoonen.

Zoodra het kiempje uit het zaad te voorschijn kwam, onderzocht ik dit microchemisch en kon ik in de meeste gevallen reeds alkaloïde in de epidermis aantoonen. Enkele malen echter kon ik geene reactie te voorschijn roepen met JJK, Mayer's reagens en kaliumbisinuthiodide. Toen de plantjes ongeveer 3 cM. hoog waren, was in de zaadlobben eene vermindering van alkaloïde onder 't microscoop duidelijk waar te nemen. Om mij echter van deze vermindering te overtuigen, bepaalde ik naast elkaar kwantitatief het cytisinegehaite in ongekiemde zaden en in deze kiemplantjes. Daar deze in water gekiemd waren, had geen vermeerdering van drooggewicht plaats, en toch bleek uit deze bepalingen dat de hoeveelheid alkaloïde sterk was afgenomen.

Ongekiemd zaad bevatte gemiddeld 1.731%, )

° „ j cytisme.

De kiemen bevatten „ 0.462 /0

Niettegenstaande deze vermindering in toto, was er in de hypocotyle as meer alkaloïde aan te toonen als te voren. Want nu was dit behalve in de epidermis, ook hier en daar in cellen onmiddellijk daaronder gelegen, aanwezig. Het worteltje was er vrij van.

Sluiten