Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De zaden van Lupinus luteus zijn 5—8 niM. lang, niervormig, grijs van kleur met donkerbruine tot zwarte vlekken, die soms een slangenliuidaclitige teekening vertoonen. Naast den lnlus vertoont de zaadhuid eene verhooging, waaronder de eigenlijke kiem (plumula en radicula) gevonden wordt.

Microscopische bouw van het zaad. De lederachtige zaadhuid bestaat, zooals bij vele Papilionaceae-zaden het geval is, eerst uit een laag selerenchymcellen, die radiaal gestrekt, onmiddellijk tegen elkaar liggen en slechts een klein lumen vertoonen. Hier en daar vindt men een groepje dat donkergekleurd is, overeenkomende met de teekening op het zaad, van buiten at' te zien. Daarop volgt een laag dikwandige rechthoekige tot vierkante cellen ronder inhoud (alleen lucht), die naar de binnenzijde begrensd worden door tangentiaal gerekte, doch ook soms ronde parenchyrncellen. Deze vormen een laag van ± 10 cellen dikte; alleen daar, waar zij de kiem omgeven, dubbel zoo dik. ') Naar binnen toe treft men verder de zaadlobben aan, waarvan de epidermis kleincellig is, evenals de laag van cellen onmiddellijk daaronder. Verder zijn zij groot en polyediisch.

Ioodioodkalium-oplossing geeft met de lupine-alka-

1) Tegen de zaadlobben zijn deze parenehijmcellen sterk platgedrukt.

Sluiten