Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

epidermis van de bovenzijde alkaloïde aanwezig, in den steel waren vaatbundelparenchijm en jonge vaten daarvan de dragers.

Jonger blad. Alkaloide in epidermis boven- en onderzijde van den schijf. In den steel was het in dezelfde weefsels als in het oudste blad aanwezig, doch buitendien nog in parenchijmcellen om den vaatbundel, en wat den vaatbundel zelve betreft, in jonge zeefvaten.

In het jongste blad was het bladparenchijm de zetel, terwijl de epidermis vrij van alkaloïde was. In den bladnerf bevatten enkele parenchijmcellen om den vaatbundel daarvan een weinig.

Wortel. Vertoonden de schorsparenchijmcellen op vroegeren leeftijd van de plant praecipitaten met de gebezigde alkaloïde-reagentia, nu was daarvan niets te bespeuren, hetgeen ik hierboven reeds voor den stengel constateerde. Ook in den wortel zijn het nu de eigenlijke bast-elementen, die alkaloïde bevatten. De begeleidende cellen zijn er zelfs rijk aan, terwijl in zeefvaten weinig kon worden aangetoond. Het parenchijm van het phloeemgedeelte, dus ook bij de eigenlijke bast behoorende, voerde zelfs ook alkaloïde.

Resumeerende, komt men bij deze plant tot den

4

Sluiten