Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arabica na 3 weken zulks nog het geval was.

Lwpinus luteus herbergt in het kiemplantje onmiddellijk na kieming alkaloïde in parenchijmcellen, terwijl bij Cytisus Laburnum het eerste optreden in de epidermis plaats heeft. Eerst later vermindert het alkaloïde in de epidermis en treedt het in 't parenchijm op.

Bij Lupinus luteus heeft juist het omgekeerde plaats. Later treedt het namelijk hier in de epidermis op.

Zeer verrassend is de toestand bij de vertegenwoordiger der 2e soort: Cinchona Ledgeriana. Hier treedt uit het alkaloïde-vrije zaad terstond bij kieming alkaloïde op, dat in parenchijm en niet in epidermis zijn zetel heeft.

Wat de localisatie aangaat in de zaden van de door mij onderzochte niet-Solanaceae, blijkt deze verschillen op te leveren. Immers Conium maculatum zaden hebben slechts weinig alkaloïde in het endosperm, doch bevat de binnenste laag van den vruchtwand en het parenchijm daarvan de grootste hoeveelheid.

Zeer kenmerkend is het voor de 2 Papilionaceae Lupinus luteus en Cytisus Laburnum, dat beide het alkaloïde in de zaadlobben (die hier het endo-

Sluiten