Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oplossingen kunnen opnemen. Pfeffer ') zegt zelf „das wenn auch kümmerliche Vorkommen gewisser Pilze auf genügend verdünnten Morphium u. s. w. beweist zwar dass die Gifte wiederum den Stoffwechsel anheim fallen können."

Wanneer men aanneemt, dat de alkaloïden door de werkzaamheid van het protoplasma gevormd worden, dan is er geen reden om niet aan te nemen, dat zij ook wederom daardoor kunnen worden ontleed. Trouwens, dit moet het geval zijn, daar de onderzoekingen van Barth, zoowel als de mijne, dit bewijzen.

De vermindering van de hoeveelheid alkaloïde tijdens de kieming van het zaad bij Dutura Stramonium 2) en Cytisus Laburnum, het verdwijnen uit de zaadlobben bij Cytisus Laburnum, en Lu-

1) Pfeffer. Pflanzenphysiologie 1897.

2) Op deze vermindering van alkaloïde bij Datura Stramonium, ook door Barth geconstateerd, werd in deu loop van mijn onderzoek kritiek uitgebracht. Zij zoude namelijk veroorzaakt kunnen zyn door het uitloogen van alkaloïde met het water in het kiemapparaat, en tevens door bacteriën, die ontledend zouden inwerken. J. Tiiomann (Ueber die Bedeutung des Atropins in Datura-Samen. Bot. Centralblatt. 1899. IV, p. 401) repliceert deze kritiek en komt tot de conclusie dat de vermindering, door Barth geconstateerd, wel voor een klein deel te wijten was aan uitlooging, doch dat dit feit geen recht geeft te ontkennen, dat toch het alkaloïde-gehalte sterk tijdens de kieming daalt. Hij constateerde dit namelijk ook, nadat hij de zaden, alvorens te laten kiemen, met verdunde sublimaatoplossing afwaschte en het kiemapparaat zooveel mogelyk zuiver hield.

Sluiten