Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deltje omgeeft (mesophylscheede) dragervan alkaloïde.

De bladsteel-epidermis en de daarop voorkomende haren bevatten nooit alkaloïde, doch onmiddellijk daaronder: het collenchijm, altijd. Ook de primaire schors (schorsparenchijm) en het parenchijm in en om het phloeem zijn er van voorzien; de zetmeelscheede daarentegen niet.

Het cambium houdt gewoonlijk ook alkaloïde, evenals jonge phloeem-elementen.

Oxaalzuurhoudende cellen zijn er altjjd vrij van.

Volwassen blad. In den bladschijf bevindt zich weinig alkaloïde, vergeleken bij een jonger stadium. Dit bevindt zich in het raesophyl en het hypoderma.

De bladnerven hebben het gelocaliseerd in het parenchijm om en in den vaatbundel; in zeefvaten of begeleidende cellen is het niet meer aanwezig. In den bladsteel is de localisatie dezelfde als die in het jonge

In alle tusschen houtdeelen zetmeelscheede gelegen parenchijmcellen kan men alkaloïde aantreffen.

Het cambium bevat het in den regel niet, en zeefvaten en begeleidende cellen nooit.

Sluiten