Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door Kossel werden eenige opmerkingen gemaakt naar aanleiding van het onderzoek van Bang. ') Hij wees er op, dat al kon Bang het histon, eene basische stof, en het nucleinezuur, een lichaam met zure eigenschappen, afzonderlijk uit het thymusextract bereiden, dit geen bewijs was, dat deze stoffen in het thymusextract niet tot nucleohiston vereenigd waren, te meer omdat de verzadiging met keukenzout, welke Bang bij zijne bereidingsmethode aanwendde, geen indifferent middel was ten opzichte van nucleinenbevattende stoffen.

Malengreau vond, dat door ammoniumsulfaat het nucleoproteide uit het thymusextract reeds eerder neergeslagen werd, dan het nucleohiston. Hij maakte hiervan gebruik, om op de volgende wijze het nucleohiston van het nucleoproteide te scheiden.

In het thymusextract werd met azijnzuur een neerslag veroorzaakt, dat uitgewasschen werd en vervolgens afgefiltreerd; in het filtraat was nog eenig eiwit aanwezig; het praecipitaat werd nu opgelost met natriumcarbonaat of natronloog en weer met azijnzuur gepraecipiteerd en zoo vervolgens, totdat in het filtraat geen eiwit meer aanwezig was. Ten slotte werd het neerslag weer in natriumcarbonaat of natronloog opgelost.

Het bleek nu, dat, wanneer deze oplossing voor 30 a 45 °/0 met ammoniumsulfaat verzadigd werd, het nucleoproteide neersloeg, terwijl het nucleohiston eerst gepraecipiteerd werd, wanneer de vloeistof voor 56 a 72 °/0 met ammoniumsulfaat verzadigd was.

Malengreau vond verder, dat het nucleoproteide bij behandeling met 1 °/o HC1 een histon leverde , dat echter verschilde van dat, hetwelk uit nucleohiston

1) Zeitschr. f. Physiol. Chemie, Bd. XXX, S. 520.

Sluiten