Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zooals reeds opgemerkt werd, is de verbinding van nucleohiston met calcium, in overmaat van calciumchloride zeer goed oplosbaar; de oplossing wordt merkbaar bij een gehalte van + 0.6 °/0 aan calciumchloride; bevat de vloeistof ongeveer 2 °/0 CaCl2, dan is alles weer opgelost.

Behalve calciumchloride bezitten ook andere zouten van de alkali- en aardalkalimetalen het vermogen om, bij een bepaald gehalte aan zout, nucleohiston neer te slaan.

BaCl2 praecipiteert bij een gehalte van 0.1 °/0 het nucleohiston, evenals CaCl2 volkomen; het neerslag is oplosbaar in overmaat van zouten (in 5 °/0 BaCl2 lost het geheel op) en eenigszins ook in water, zeer goed oplosbaar in water bij zeer zwak alkalische reactie. Bij behandeling met 0.8 °/0 HC1 levert het neerslag histon.

Mg S04 slaat het nucleohiston bij een gehalte van 0.2 °/0 ook meestal volkomen neer; dikwijls evenwel ontstaat eerst eene volledige praecipitatie, wanneer men het extract eenige uren met het magnesiumsulfaat laat staan. Het magnesium-nucleohiston is iets beter in water oplosbaar dan het baryum- en calcium-nucleohiston. Bij een gehalte van ruim 2 °/0 Mg S04 is het neerslag weer geheel opgelost.

Met natriumchloride ontstaat altijd slechts eene gedeeltelijke praecipitatie; laat men het extract wat langer staan met het keukenzout, dan vermeerdert het neerslag niet; het best wordt het nucleohiston gepraecipiteerd, wanneer zooveel keukenzout wordt toegevoegd, dat de vloeistof een gehalte van 0.9 °/0 NaCl krijgt; dit is opmerkelijk in zooverre als bij dat gehalte het mengsel isotonisch is met de in het lichaam voorkomende

Sluiten