Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor de oplosbaarheid van de zouten van het nucleohiston kan dus de volgende tabel gegeven worden:

I oplosbaar in water meer of minder onoplosbaar in zeer verdunde alkalizoutsoluties (voor NaCl ongeveer 0.9 °/0)

oplosbaar in overmaat van zouten.

ivr\j goed oplosbaar in water onoplosbaar in 0.1—0.3 °/0 MgS04 oplosbaar in overmaat van zouten.

' weinig oplosbaar in water Calciumzout \ onoplosbaar in 0.1—0.5 #/0 CaCl2 oplosbaar in overmaat van zouten.

/ weinig oplosbaar in water Baryumzout j onoplosbaar in 0.1—1,8 °/n BaCl2 ( oplosbaar in overmaat van zouten.

Zware metaal- i onoplosbaar in water zouten | onoplosbaar in zoutsoluties.

Daar het histon een basisch lichaam is, is het waarschijnlijk, dat de zure eigenschappen van het nucleohiston aan de nucleine gebonden zijn.

Lilienfdd beschouwde het nucleohiston als een zuur zout, waarin het histon de plaats van het metaal bij gewone zouten innam. Met deze opvatting stemt overeen, dat de nucleine in staat is zich met metalen te verbinden. Men bereidt hiertoe de nucleine op de gewone wijze door nucleohiston neer te slaan met azijnzuur en het praecipitaat 12 tot 18 uren met 0.8 °/0

Sluiten