Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De overige in het thymusextract voorkomende eiwitstoffen.

Het door Lihenfeld ontdekte nucleoproteide wordt door calciumcbloride slechts voor een deel neergeslagen. Wanneer de thymus 24 uren met water wordt uitgetrokken, dan kan het nucleohiston door 0.1 °/0 calciumchlonde volkomen worden gepraecipiteerd. In het filtraat van dit neerslag is het grootste deel van het nucleoproteide in oplossing aanwezig en kan daaruit door azijnzuur of zoutzuur neergeslagen worden. Nucleohiston is echter in het filtraat niet meer aanwezig, daar het met azijnzuur of zoutzuur verkregen neerslag in overmaat van deze zuren geheel oplost; voorts kan uit de met azijnzuur neergeslagen stof door middel van 0.8 °/0 HC1 geen histon verkregen worden. Door digestie met pepsine verkrijgt men uit deze stof, wanneer ze in 0.2 °/o HC1 opgelost is, een neerslag van nucleine. Het phosphorusgehalte van dit nucleoproteide bedraagt ongeveer 1 °/o> terwijl het van de purinebases, evenals het nucleohiston, voornamelijk adenine bevat.

Wanneer het nucleohiston door calciumchloride neergeslagen is, lost het in het filtraat aanwezige nucleoproteide in den regel moeielijk in overmaat van azijnzuur op; daarentegen is het reeds in 0.1 °/0 HC1 volkomen oplosbaar. Het met azijnzuur neergeslagen nucleoproteide kan in water, na toevoeging van een weinig ammoniak, tot ongeveer neutrale reactie, opge-

Sluiten