Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lost worden. Praecipiteert men nu nogmaals met azijnzuur , dan lost het neerslag veel gemakkelijker in overmaat hiervan op.

Wanneer voor de oplossing van het met azijnzuur gepraecipiteerde nucleoproteide niet te veel water gebruikt wordt, dan kan door calciumchloride weer een deel van het nucleoproteide worden neergeslagen; bij het nucleohiston werd hiervoor 0.1 °/0 CaCl2 gebruikt, daar dit reeds voldoende was om alle nucleohiston te praecipiteeren; voor de praecipitatie van het nucleoproteide is het beter iets meer calciumchloride b.v. tot 0.2 of 0.3 °/0, toe te voegen; het neerslag is dan in den regel iets grooter, doch steeds zeer onvolledig.

Wat oplosbaarheid betreft, komt het door calciumchloride neergeslagen nucleoproteide ongeveer overeen met het calcium-nucleohiston; het is n.1. in overmaat van CaCl2 of andere zouten oplosbaar en ook in water bij toevoeging van een paar druppels verdunde ammoniak. Wanneer het bij deze zeer zwak alkalische reactie opgelost is, dan ontstaat door toevoeging van CaCl2 niet opnieuw een neerslag, doch hoogstens eene opalescentie. Het nucleoproteide blijkt alzoo bij neutrale reactie door CaCl2 voor een deel neergeslagen te worden, bij zeer zwak alkalische reactie zoo goed als in het geheel niet meer.

Wanneer dus nucleohiston uit het thymusextract bereid wordt, door dit twee maal met 0.1 °/0 CaCl2 neer te slaan, geschiedt er met het nucleoproteide het volgende.

Bij de eerste praecipitatie wordt een klein gedeelte neergeslagen, terwijl het grootste deel opgelost blijft, vooreerst omdat CaCl2 het nucleoproteide altijd zeer onvolledig neerslaat en in de tweede plaats omdat

Sluiten