Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de aschvrije stof berekend wordt, vindt: 48.406 % C en 7.021 % H.

Lilienfeld vond gemiddeld 48.46 °/0 C en 7.00 °/0

H. Wanneer dus Lilienfeld het koolstof- en waterstofgehalte ook berekend heeft op de aschvrije stof, wat uit zijne beschrijving echter niet af te leiden is, dan stemmen de resultaten nagenoeg volkomen overeen. Zijn de cijfers van Lilienfeld daarentegen berekend op de aschhoudende stof, dan bestaat er een verschil van

I.282 °/0 C.

Daar het koolstof- en waterstofgehalte van de volgens Lilienfeld bereide stof afhankelijk is van de meerdere of mindere zuiverheid van het praeparaat, heb ik hierover geene nadere bepalingen gedaan.

Stikstof-bepalingen.

Deze werden gedaan volgens Kjeldahl. De stof werd met een mengsel van 500 c.c. sterk zwavelzuur en 100

grm. P205 onder toevoeging van een druppel kwikzilver

gekookt. De ammoniak werd opgevangen in >/4 n-H.,S04. Als indicator bij het titreeren diende methylorange. Er werden steeds dezelfde en zoo mogelijk ook dezelfde hoeveelheden vloeistoffen, die voor de bepaling noodig zijn, gebiuikt. Drie vooraf uitgevoerde blinde proeven gaven ongeveer hetzelfde resultaat; gemiddeld werd 0.8 c.c.

4 n H.2S04 verbruikt; hiermede is bij de opgave van de cijfers voor het verbruikte 1/4 n—H2S04 rekening gehouden.

a. Calcium-nucleohiston, praeparaat I.

0.4120 gr. droge stof verbruikte voor de neutralisatie van het ammoniak: 20.1 c.c. >/4 n-H2S04. Het stikstofgehalte is dus 17.075 °/0.

Sluiten