Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar het aschgehalte van dit praeparaat 7.008 °/0 bedraagt, wordt het stikstofgehalte, berekend op de aschvrije stof: 18.363 °/0.

b. Magnesium—nncleohiston.

0.4583 gr. droge stof verbruikte voor de neutralisatie van het ammoniak 2*2.05 c.c. '/« n—H2S04. Het stikstofgehalte is dus 16.839 °/0.

0.4366 gr. droge stof leverde 0.0376 gr. asch; het aschgehalte van dit praeparaat bedroeg dus 8.383 °/0 Berekent men het stikstofgehalte op de aschvrije stof, dan vindt men 18.379 °/0.

Het magnesium-nucleohiston bevat waarschijnlijk eene geringe hoeveelheid Mg S04, daar dit bij het uitwasschen met alcohol niet voldoende wordt opgelost. In overeenstemming hiermede is het stikstofgehalte te laag, wanneer het op de aschhoudende stof berekend wordt; het stemt daarentegen zeer goed overeen met dat van het calcium-nueleohiston, wanneer beide op de aschvrije stof worden berekend.

Lilienfeld vond voor het stikstofgehalte van zijne stof 16,86 °/0, dus 0.22 °/0 minder dan voor het calciumnucleohiston gevonden werd; bij het beoordeelen van dit verschil is weer in aanmerking te nemen, dat het praeparaat van Lilienfeld verontreinigd was met nucleoproteide, waarschijnlijk ook met ander eiwit en voorts, dat zijn nucleohiston geen calciumverbinding was.

Phosphorus bepalingen.

Hiervoor werd de stof geoxydeerd met salpeterzuur

Sluiten