Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uiterst gering was. Op dezelfde wijze als daar is aangegeven, werd uit 0.3991 gr. van het calcium-nucleohiston, praeparaat II, slechts eene onweegbare hoeveelheid tripelphosphaat verkregen. Intusschen is het mogelijk, dat hierdoor de resultaten van de phosphorusbepalingen iets te hoog zijn; de fout blijft echter ver beneden 0.1 °/0 en het verschil ligt dus binnen de grenzen van de toevallige fouten.

Lilienfeld vond gemiddeld 3.025 °/0 P voor zijne stof; houdt men in het oog, dat deze voor ongeveer i/5 gedeelte uit nucleoproteide bestond, dat volgens mijne bepalingen + 1 °/0 P bevat, dan komen de door Lilienfeld en door mij gevonden resultaten vrij goed overeen.

Zwavelbepalingen.

De stof werd hierbij vooraf met salpeterzuur geoxydeerd, zooals door Hammarsten aangegeven is !); hierbij werd evenwel de volgende modificatie aangebracht. In plaats van de stof in een bekerglas op het waterbad met salpeterzuur te verhitten, werd ze in een Kjeldahlkolfje met salpeterzuur boven eene kleine vlam zacht gekookt, terwijl, door voortdurend salpeterzuur toe te laten druppelen, gezorgd werd, dat de hoeveelheid salpeterzuur (+ 10 c.c.) ongeveer constant bleef en er dus geen gevaar was voor ontwijken van zwavelzuur; wanneer de oxydatie zoo ver gevorderd was, dat geen roode dampen meer ontweken, werd het salpeterzuur voorzichtig tot op 6 a 7 cM:i ingedampt. Daarop werd zooveel natriumcarbonaat in het kolfje gebracht dat de kleur der vloeistof bruin werd en de reactie alkalisch geworden was; de vloeistof werd nu in een platinakroes gebracht

1) Zeitschr. f. Physiol. Chemie, Bd. 7, S. 227, Bd. 9, S. 273.

Sluiten