Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't eerst voor liet „Cuerhusikine" en taalkundig, zoo zegt van Doorninck in zijn inleiding tot de Canieraarsrekeningen, laat 't zich bewijzen, dat het niet veel eerder kan gebouwd zijn'). In 1360 toch wordt de wachter op den toren Henric Koer, Berend die Cure of die Cuer genoemd. In 1:562 treft men versc heiden malen het werkwoord „cueren aan. Het werkwoord cueren en het cuerhusikin ontstonden dus tegelijkertijd en van Doorninck meent dan ook, dat dit laatste in 1:561 of 1362 gebouwd werd. Het diende tot kijktoren: in de eerste plaats om wacht te kunnen houden over het weidende vee en ten tweeden om eiken aanval van Geldersche zijde te kunnen zien aankomen. Altijd lag hier dan ook een bezetting, die grooter of kleiner was, naarmate de tijdsomstandigheden dit noodig maakten. Wanneer de wachters onraad bemerkten, dan werd hiervan aan de stad kennis gegeven, daags door het op- en neerhalen van een mand langs een „tobberode ", 's nachts door een lantaarn2). In 1521 werd het Koerhuis door de Gelderschen genomen en de bezetting gedood3), in 1578 werd het verbrand4). Later werd het Koerhuis een boerderij en door de stad verpacht. In de Tegenwoordige Staat van Overijssel van Dumbar komt een afbeelding voor, zooals 't gebouw zich in 1770 vertoonde5). Bij raadsbesluit van 12 Januari 1866 is het Koerhuis afgebroken.

l) Inleiding tot de cameraars-rekeningen van mr. J. J. v. Doorninck pag. LXIV.

s) Dumbar K. en W. Deventer I pag. 25 noot c.

s) Korte Clironijke der Stadt Deventer van Arnold Moonen pag. 81.

>) Zie Ov. Alm. 1830 pag 30.

•"') III pag. 265.

Sluiten