Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sullen dan juw van don Raede gheoirlofft is, ende dat gy all ongewaert goet, dat gy op der Stad weyde vernemen, den Weydegreven melden sullen; ende dat gy ghien holt in der Stad wrucht noch op der Stad lant houwen en sullen, ende ot'f gy ymant vernemen, die dair holt houwe, dat gy dat den Weydegreven melden sullen. Ende dat gy die plaene alsoe beslaen sullen laeten; dat sie gelike der formen afneme, ende dair nyet uyt en neme, ende voert alle steen nae den forme te maken ende wal te bernen; ende nymant van buyten den steen te verkoepen dan by consente des Kades. Dat juw Got soe helpe .

Het tichelwerk op de Teuge bestond volgens Jordens ') nog in 1464; daarna is 't verdwenen. Op 't kaartje in den Ov. Alm. van 1888 vinden we het niet meer.

In 1755 werd aan den Deventer burger Hendrik Lindeman een hoogte tusschen het Koerhuis en de lJsel gelegen, afgestaan, om daarop een windmolen te bouwen.

We moeten ons evenwel niet voorstellen, dat de Teuge vroeger die goede weideplaats voor t vee opleverde, zooals dat in latere jaren het geval was. De weide was, vooral 't oostelijk deel, zeer laag en moerassig. In de Cameraarsrekeningen vinden we herhaaldelijk posten voor graafwerk op de Teuge 2). Dit graven diende, vermoed ik, om de waterloozing te verbeteren. Maar bovendien groeide er veel rijshout en wilgen3). Ook hoog hout stond er volgens Dumbark), terwijl eindelijk de weide bovenal bedorven werd door het vele uitgraven van klei.

1) Mr. H. W. Jordens. Deventer Stadsweiden en Burgerrechten. Zwolle 1862.

2) Zie b.v. 1 257, III 159, 323, 324, 331, 332, 333, 380 enz.

s) Cain.rek. III 3 pag. 575.

*) K. en W. Deventer I i>ag. 25.

Sluiten