Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

benoeming van den schout zal het gevolg geweest zijn van het verleende stadrecht. Ook prof. de Geer zegt in zijn „Opkomst der steden": „zij (nl. de bewoners) streefden er naar een eigen schout, eigen schepenen voor zich te verkrijgen, die de lage jurisdictie konden uitoefenen en de bevolking spoedig en gedurig recht konden verschaffen. Zij zochten zulke inrichtingen en bepalingen te verkrijgen, die de orde en vrede onder de talrijker wordende inwoners konden waarborgen en die, spoediger of langzamer tot zelfstandigheid en een meer of minder beperkte autonomie en zelfregeering der bevolking als poorterij moesten leiden."1) Ik neem dus aan dat Deventer wel degelijk door een enkelen brief tot stad is verheven en ik zou de Utrechtsche bisschop Dirk v. d. Aare, die Deventer steeds goedgunstig gezind was en er in 1212 overleed, als den schenker van dit stadrecht willen aanwijzen.

Hoe was het onderwijl met de oorspronkelijke marke en zijn bewoners gegaan? Toen de stad begon te ontstaan was er oorspronkelijk geen verandering in het oude markeleven gekomen. In de marke dienden de gemeenschappelijke gronden zoowel voor het gebruik der markgenooten elk afzonderlijk, als voor het gebruik van de gezamenlijke markgenooten, van de markegemeente. Zoo was het ook gebleven. De markgenooten, burgers, hadden hunne rechten van gebruik: 't weiden van vee, kappen van hout, jagen, visschen en zoo meer, behouden en wat de opkomende stad noodig had aan grond, timmerhout, leem en meer zulke zaken kwam van de marke. De wegen en wateren

*) N. Bijdragen voor R. en W. 1884.

Sluiten