Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deventer neer te zetten; zij mochten geen koophandel drijven en indien bleek, dat zij toch handel dreven vervielen zij in boete en werden gedwongen het burgerrecht te winnen ')• Streng werd hieraan de hand gehouden. Xadat bij concordaat van Vrijdag na St. Lambert 1545 was bepaald, dat niemand burgernering mocht doen, zonder de burgerschap gewonnen te hebben, werd er steeds door de gemeente op gewezen, dat deze bepaling overtreden werd 2). Hij concordaat van 8 Juni 1568 werd bepaald, dat zij, nering doende, op boete van 10 ponden de burgerschap binnen een maand moesten winnen. Doch ook later komen over dit punt nog herhaaldelijk klachten van de meente voor3).

We zagen in het vorige hoofdstuk, dat de stad aan deze ingezetenen ook toestond hun vee tegen betaling op de weide te drijven en dat dit tot 1464 duurde. Toen werd bepaald, dat in het vervolg alleen burgers vee mochten opdrijven. In de daarop volgende jaren breidde de stad zich voortdurend uit en natuurlijk werd het door de burgers met leede oogen aangezien, dat zij hun weidegebruik steeds met, meerderen moesten deelen. Men moest trachten dit groote getal van nieuw aankomende burgers te verminderen; hiertoe diende in de eerste plaats het concordaat van 11 Febr. 1545: „Schepenen ende Raidt bevyndende, dat voel utheymschen ende ut den omliggenden landen zich mitter wonynge setten bynnen Deventer ende die burgerscap

i) Dumbar K. en W. Deventer I pag. 21.

'-) Zie b.v. ccncb. 2 Juni 1564.

Zie eoneordaatboeken: 15 Maart 1572, 4 Oer. 1574, 16 Ang. 1576, 18 Febr. 1580, 4 Jan. 1581.

Sluiten