Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De volle ende pronte Burgerschap bestaet in vrijen coophandel, genietinge der tollen ende andere Stadtsvrijheden, beneffens het gebruyck van der Stadtsweyden."

„De cleyne, ofte halve Burgerschap bestaet in vrije coophandel, genietinge der tollen ende andere Stadtsvrijheden, uytgesondert het gebruyck der Stadtsweyden."

Er werd, gelijk wel eens beweerd is, in 1545 volstrekt geen eigendom van de weide aan een bepaalde klasse van burgers overgedragen, 't Concordaat van 1545 spreekt slechts van „gebruycken en genyeten," van de weiden, welke terminologie we in de definities van het stadrecht terug vinden. De eigendom der weide bleef bij de stad. op w je zij van de marke direct was overgegaan. Alleen het gebruik, het genot werd voor het vervolg slechts aan een deel der burgers toegestaan.

Il< wil nu eerst onderzoeken hoe het burgerrecht verkregen werd. Dit geschiedde op drie wijzen:

1°. door geboorte.

2°. door koop.

3°. door schenking.

Ad primum:

Oudtijds kregen alle kinderen uit een wettig huwelijk, hetzij van burgers, hetzij van ingezetenen, binnen Deventer geboren, het burgerrecht. Zelfs nog na het concordaat van 1545, toen de burgers in twee klassen werden afgescheiden, geschiedde dit; alle kinderen binnen de stadsmuren geboren werden door die geboorte grootburger. Lang, zou dit echter niet duren. Het denkbeeld, dat men zooveel mogelijk moest zorgen, dat de weiden niet te vol werden, waardoor de toenmalige grootburgers schade

Sluiten