Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moesten lijden — met de uitvoering van welk denkbeeld men in 1545 een aanvang had gemaakt — deed ook spoedig hier zijn invloed gelden. In 1576 toch werd bij concordaat1) bepaald, dat in het vervolg slechts kinderen van burgers en niet meer van ingezetenen binnen Deventer geboren de burgerschap verwerven zouden. Kr werd toen nog geen onderscheid gemaakt tusschen kinderen van grootof kleinburgers', zij bekwamen allen nog de volle burgerschap. Dit duurde, althans volgens het stadrecht van 1642, nog tot 1618. Ik lees daar toch 2):

„Ofwel nae de gemeyne Keyserlycke wetten in voortijden tot den jaere 1576, alle Kinderen binnen Deventer geboren, alleene door de geboorte de volle Burgerschap hebben vercregen, dat oock mede nieuws-in-comende Burgeren de cleyne Burgerschap verkregen hebbende, tot den jare 1618 door de geboorte op haere Kinderen de volle Burgerschap hebben connen vererven: So sullen nochtans nu voortaen alle Burgeren so nae den jaere 1618 de cleyne Burgerschap bij Schepen ende Raedt hebben verkregen, op haere Kinderen, echt ende recht geboren, niet meer dan de halve Burgerschap, gelijck volcomene Burgers op haere echte ende rechte Kinderen, in haere Burgerschap verworven, de volkomene ende geheele Burgerschap vererven. Volgens het stadrecht zou deze verandering in 1618 plaats gegrepen hebben. Ik heb echter in de eoncordaatboeken van dat jaar van zulk een besluit niets kunnen vinden. Wel daarentegen vond ik een zeer belangrijk concordaat

1) Concord. van 13 Jan. 1576.

2) 1 Tit III art. 4.

Sluiten