Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ackerwcrck ernecren, ende geen andere handelinge drijven, sullen tut volle Burgeren niet aangenomen worden." '). Men had echter de bepaling evengoed weg kunnen laten, gehandhaafd werd zij toch niet en nadat de gemeente nog een paar malen op handhaving had aangedrongen 2) werd er over de „bouwluyden" niet verder gesproken.

Ik kom tot een derde en zeer gewichtige reden van uitsluiting: de godsdienst. Ik vind er het eerst melding van gemaakt in 16283) toen Schepenen en Raad de gemeente voorstelden, uit overweging, dat zich het getal deipapisten binnen deze stad steeds vermeerderde, doordat vele papisten de burgerschap wonnen en zich met hunne families hier vestigden, hetgeen men in den toenmaligen oorlogstijd niet zonder gevaar vond: „dat voortaen niemandt van buyten inkomende voor een burger deser stadt ofte voor een ingeseten derselve wurde angenomen ofte geduldet, tensy dat hy professie van de ware Gristelicke religie doe, ofte een voorstander van deselve zy met verclaringe een affkier van die papistische dwaling te hebben". De meente stemt hierin toe. In 16294) dringt zij aan op het handhaven van het besluit in zake de papisten. Hetzelfde geschiedt ook in 16305); alleen worden toen, behalve de papisten ook de mennonieten genoemd. Onder deze omstandigheden kan het ons in het minst niet verbazen, dat in 1642 in het nieuwe stadrecht er een artikel kwam

') Boek I Titel III art. 6.

8) Zie concordaat!). 13 April 1049; 20 Sej>t. 1660.

s) Concordaat 9 Jan. 1023.

4) Concordaat!). 10 Dcc. 1029.

5) Concordaat!). 21 Dec. 1030.

Sluiten