Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anderen toon aan te slaan: „en insisteert de G. G. op het alderserieuste, dat voortaen alsodanige inbrengens, die bij Scli. en R. zijn geaccepteert en geaccordeert beter als tot nog toe effect moge sorteeren op dat telkens een en dezelfde sake niet meermaals moge gerecomendeert worden." ').

\'ooral ook op de Mennonieten was men in dezen tijd zeer gebeten; zij behoorden meest tot den gegoeden winkelstand, hadden op de beste en gelegenste plaatsen van de stad hunne winkels, waarin zij goede waren voor weinig geld verkochten, hetgeen vele gereformeerden int gebrek aan middelen en bedrijfskapitaal niet konden doen2). Het was dan ook niet zoozeer godsdienstige overtuiging, als wel eigenbelang, dat de meente dreef hen van het burgerschapsrecht en aldus van de gilden uit te sluiten. Daarom weigerde zij ook in 1(187 3) hare goedkeuring aan e(>n voorstel van Schepenen en Raad, om die .Mennonieten, die met een burgerdochter of burgerweduwe in het huwelijk traden, toe te staan het burgerrecht te koopen.

Het twisten tusschen Schepenen en Raad ter eener — en de meente ter anderer zijde duurde voort; Seh. en R. laten toe, dat Roomschen en Mennonieten de burgerschap winnen; de gemeente protesteert voortdurend. In 1700 kwam het tot een uitbarsting: op een voorstel omtrent de stadsmiddelen in de vergadering van 29 Dec. 1700 weigert de gezworen gemeente te antwoorden, omdat zij geen positief antwoord ontving op haar inbrengen betreffende het toelaten van de Mennonieten tot de burger-

!) Concordaat!), van 1) Febr. 1608.

2) Zie Dumbar: Tegenwoordige Staat v. Overijssel III, pag. 240.

s) Coucordaatb. 4 Oct. 1C>87.

Sluiten