Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook verloor een grootburgeres haar recht door te trouwen met eenen niet-grootburger; bij doode van haren man herneemt zij het weer. Ik heb vroeger al vermeld, dat personen, die, in commissie van de stad zijnde, elders luin verblijf moesten houden, hun burgerrecht niet verloren ').

Ik heb hiermede het burgerrecht, zooals het voor 1795 bestond, behandeld. Men zou kunnen verwachten, dat de omwenteling van dat jaar ook dit burgerrecht niet zonder verandering zou laten. Een recht, waarin de eene burger deelde en de andere niet, kon met de nieuwe begrippen niet meer overeen gebracht worden. Het onderscheid tusschen groot- en kleinburgers behoorde te vervallen. Men had hierbij op twee wijzen kunnen te werk gaan: of aan alle burgers recht geven op de weiden, gelijk b.v. te Zutphen geschiedde 2), of aan de grootburgers het recht, dat zij tot nu toe uitgeoefend hadden, met of zonder schadevergoeding ontnemen. Van deze wijze zoude ik ontneming van het recht met schadevergoeding verkozen hebben. Immers daargelaten nog de vraag, of het practisch mogelijk zou zijn geweest, dat de geheele burgerij hare koeien op de stadsweiden opdreef, de kleinburgers hadden in ieder geval nooit eenig recht gehad tot het drijven van vee; waarom hun dan nu, juist nu men bezig was om de rechten, die niet meer voor den nieuw aanbrekenden tijd schenen te passen, al' te schaffen, het weiderecht gegeven?

weken ende drie dagen syn recht niet verwercket. Ende die uytgetrockene Burgeren weder incomende, nietter wooninge, sullen door verloop van een jaer haer Burger-recht weder gewonnen hebben. Stadr. Boek I Titel III art. 0. ') Dissertatie pag. 38.

8) Besluit van het gemeentebestuur van 21 Maart 1799.

Sluiten