Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gouverneur Laverna permissie twee paarden op te drijven; in 1682 ') wordt hetzelfde toegestaan aan majoor Sandra. Ook de Pransche predikanten mochten een koe weiden 2).

Behalve de burgers hadden ook de gasthuizen en gestichten, in Deventer talrijk vertegenwoordigd, recht om beesten op de stadsweide te drijven. Deze toch oefenden vroeger landbouwbedrijf uit en hielden dus koeien en paarden. Was het wonder, dat de stad, ter genioetkoming in de kosten van dit bedrijf, hun vrije weide voor hun vee had toegestaan? Ik vond hier het eerst melding van gemaakt in 1403. In dat jaar sloot de stad het contract met Ansem den ticheler3) welk contract het aantal dieren bevat, die deze op de weide mag drijven 11.1.: „tyen koen mit oren ionghen calueren, zes menne poerde mit oren ionghen volnen. Op een inliggend briefje staat te lezen: „item des gheliix mach Kotert k) hebben, item sente Joriön, item die Hilghe ghiest5). Hier wordt dus aan het St.-.Jurriëngasthuis en aan het Groote of Heilige Geestengasthuis een bepaald getal dieren vergund op te drijven. In den loop der jaren zal zeker ook aan de andere gestichten dit voorrecht zijn geschonken, maar wanneer dit geschiedde en hoe groot oorspronkelijk het aantal was, dat elk mocht opdrijven, daarover ontbreken alle berichten. Xoch het stadrecht van 1448, noch dat van 1486 spreken over deze opdrijvingsrechten. In het register der weidegreven (zie noot 4 vorige

') Resolutie 15 Juni 1682.

!) Resolutie 7 Mei 1689.

3) Zie dissertatie pag. 5.

*) Rotert was eveneens ticheler.

5) Zie inleiding cameraars-rekeningen pag. LXX.

Sluiten