Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

valt nog op te merken dat het weiden van een paard in waarde gelijk gesteld werd met het weiden van twee koeien. Oorspronkelijk kon dus de officiant, die een paard mocht opdrijven of dit paarderecht of twee koeierechten verpachten. Dit duurde tot 1601. lil een resolutie van dat jaar ') lees ik: „die officianten van oldes totten weiden berechtichet sinde, sullen in plaitse den perden gien koeën voir andere dan sich selffs oick van giene vrembden dan alleenig van burger untl inwoneren pd. annemen und upbarnen mogen laten." \'oortaan mochten zij dus alleen voor zich zelf in plaats van een paard twee koeien opdrijven en hunne paarderechten ook slechts aan burgers of inwoners van Deventer verpachten. Behalve de officianten mochten in dezen tijd ook de tichelers, en de bewoners van de versterkte huizen hunne rechten verpachten; zij worden dan ook wel met den naam van officianten vermeld.

Voornamelijk door toedoen van de gemeente werden deze verpachtingen afgeschaft. Reeds in 16-20 2) dringt de gemeente op afschaffing aan: „dat alle die officianten der Stadt, als Tichelers end' and're, soe peerden ofte koenen op der Stads weyde verpachten, bij die Stadt met geldt (soe 't selve noch niet is geschiet) derwegen gecontenteert ende sulckes alsoo affgeschaft mogte worden." „Schepenen en Raedt sinnen tevreden dat sulckes geschiede, dan sullen desto meer op ieder peerdt ende koebeest moeten setten om die penningen hiertoe noodigh te fourneeren, luidt

*) Zie over deze resolutie pag. 08 noot 5. 2) Concordaat b. 21 Maart 1020. *

Sluiten