Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en die vermeld worden in het besluit van is:$7, zouden blijven gelden; al deze personen zouden nu gerechtigd zijn tot de jaarlijksche uitkeering.

Het rapport van de commissie, die hare voorstellen aan het einde van haar werk in den vorm van een besluit had neergelegd, werd in de vergadering van 15 Febr. 1866 behandeld en met enkele wijzigingen aangenomen. Ik wil. dit belangrijke besluit nu doorloopen. Art, 1; „de zoogenaamde rechten van de gestichten, de grootburgers en enkele anderen tot het drijven van vee op de stadsweiden worden, te beginnen met het jaar 1866 vervangen door jaarlijksche uitkeeringen in geld uit de gemeentekas. Ten aanzien van de personen en corporatiën die, nu of in het vervolg bedoelde rechten uitoefenen en de voorwaarden onder welke die uitoefening plaats heeft wordt niets veranderd." Ziehier het hoofdbeginsel: het weiden vervangen door een jaarlijksche uitkeering, maar verder geen verandering.

Art. 31): „er zal voortdurend aan de grootburgers gelegenheid gegeven worden om hun eigen paard op een daartoe geschikt, aan de gemeente toebehoorend, stuk weide op te drijven. Deze bepaling is ook van toepassing op den eigenaar van den zoogenaamden Slijpmolen. Daarentegen zal het recht van sommige gestichten en van

i) Art. 2 is van niet veel belang; voor de volledigheid schrijf ik het hier af: „volgens plannen door B. en W. te ontwerpen en door deu Raad goed te keuren, zal aan die weiden zoodanige bestemming worden gegeven, als niet den aard en de geschiktheid van den grond het meest overeenkomt. Bij die bestemming zal worden gezorgd, dat er voor het landbouwende gedeelte der bevolking goede gelegenheid overblijve 0111 het melkvee te weiden."

Sluiten