Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„oft niet voor die stadt beter ende dienlicker solde wesen, dat die weydegreven soe uytt die G. G. gekoren worden, na ommeganck des Jaers niet beyde to gelyck, dan alleene eene daervan affginge ende die ander soe nu kennisse van de gelegentheyt der stadtweyde becomen, noch een jaer worde gecontinueert om alsdan hierop bij Raedt ende Meente resolutie te nemen". De gemeente stemt hierin toe en bij concordaat van (.) Febr. 1625 werd nu nader geregeld, welke weidegreef dat jaar zou aanblijven en welke niet: „S. en R. angemerckt in desen voorleedenen jaer de bediening der weydegreefschap in de Polstrate ende Waters tra te is gewesen, dat voor het tegenwoordige jaer die weydegreve in de Waterstrate behoort gecontinueert ende uytt volgender Xoorenberghstrate een nyer tot syn adjunct gekozen te worden, niet wijvelende die vrunde van de G. G. werden sich sulckes mede laten gevallen ende in de kuer der weidegreven dairnae reguleren". Later was het gewoonte geworden dat de weidegreef gekozen werd op voordracht van de oude weidegreven. De keus van een weidegreve geschiedde op St.-Peters stoeldag (22 Febr.) vóór alle andere keuzen op dien dag De weidegreven moesten grootburgers zijn 2). In later tijd schijnt men hier de hand wel eens mee gelicht te hebben; in 1782 3) dringt de meente er ten minste nog eens uitdrukkelijk op aan.

1) Dnmbar geelt in zijn K. en W. Deventer I pag. 65 een opgave van de plechtigheden, waarmede die keus gepaard ging; ik meen te kunnen volstaan met hierheen belangstellenden te verwijzen.

2) Zie eoncordnat 12 Febr. 10fi7.

8) 14 Jan. 1782.

Sluiten