Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<k' weiden, voor welk bezoek elk van de heeren 1 gulden en 8 stuivers ontving').

Het batig saldo, dat de weiden jaarlijks afwierpen, vloeide in de stadskas. De rendant van de rekening — een der weidegreven uit den raad — genoot voor die moeite een extratje van f 30, terwijl de secretaris voor het opmaken der rekening 2 gulden 16 st. vroeg. Bijna altijd was er een batig saldo; voor zoover ik in de rekeningen heb kunnen nagaan 2) was dit slechts in de jaren 1616 en 1632 niet het geval. Gelijk de stad jaarlijks van de winsten profiteerde, zoo betaalde zij in die jaren natuurlijk ook het ontbrekende, Herhaaldelijk werd er vroeger door de gezworen gemeente op aangedrongen, dat niet de weidegreven uit den raad, maar die uit de gezworen gemeente het geld, hij liet opbranden betaald, zouden innen. De eerste keer geschiedt dit hij inbrengen van 17 Februari 1599; „die gemeinte begeert, dat die penningen van het opbranden der biesten bij die weydegreven van der gemeinten mochten opgebarnt ende ontfangen worden nae olden gebruyck." „Sch. en R. sullen sich erkundigen van die olde gewoenheit in desen ende daerinne doen nae beboeren," luidt liet antwoord. En toen dan ook in

*) In het luidden der 18e eeuw schijnen de weidegreven behalve de zorg voor de weide in het bijzonder, ook meer in 't algemeen de zorg voor de stadsplantsoenen geluid te hebben. Zij verkoopen booinen op de Worp en in de stad b.v. op het (iroote Kerkhof, waarvan de ontvangsten in de rekeningen staan vermeld, terwijl onder de uitgaven posten staan voor aanpoot van jong hout binnen en buiten de stad, snoeien, niesten enz. Na 1729 komt ook geregeld de verkoop van gras in de Worp onder de ontvangsten voor.

2) De rekeningen der weidegreven vormen geen volledige reeks. Hier en daar zijn gapingen van verscheidene jaren.

Sluiten