Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelegen, die de stad steeds in rust en vrede heeft bezeten en dat deze woerd vast ligt aan andere landen van Deventer, zoodanig, dat men op deze uiterwaard kan rijden, zonder eenigen stroom te behoeven over te steken.

Ziehier de argumenten, waarop Deventer zich beroept om haar goed recht aan te toonen. Wat het eigendomsrecht betreft — en juist dit maakt liet stuk voor ons zoo belangrijk — wordt de marsch hier geheel gelijk gesteld met Fennenoord en de Oortmarsch, landen, waaraan nooit iemand twijfelde, dat zij aan de stad behoorden. Er is maar één verschil: terwijl Fennenoord en de Oortmarsch door de stad verpacht worden of er op andere wijze voordeel van wordt getrokken, wordt de Marsch door de burgers gebruikt om hun vee te weiden. Verder staan ze volkomen gelijk en er is geen spoor in dit stuk te vinden van eigendomsrechten der grootburgers. Deventer heeft het pleit gewonnen; 30 Augustus werd aan Karei dag aangezegd te Manen en sedert vinden wij van de zaak niet meer gerept.

Evenmin is in de concordaten van 11 Febr. 15-15 en van Vrijdag na Conceptionis Mariae ') van dat jaar iets te vinden, dat op eigendomsrecht der grootburgers wijst, wel echter veel daartegen. In het eerste lees ik: „om onser stadt tollen ende insonderheit onser stadt weiden tgenyeten," en in het tweede: „wy burger will werden sonder onser stadtweide tgebruyeken sall geven (j g. g., dan tot wat inden hij onser stadt weide will genyeten.. .

!) Zie dissertatie ]»n^. 32—33.

Sluiten