Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We vinden ze gehuwd »mi ongehuwd, met en zonder kinderen, oud en jong en voor al die gevallen moet de uit te keeren som verschillen '). Evenwel geloof ik, dat in het volgende plan vele bezwaren aan deze afschaffing verbonden zouden vervallen. Ik verdeel daartoe de grootburgers in drie groepen:

1°. de gehuwden met kinderen.

2°. de gehuwden zonder kinderen.

3°. de ongehuwden.

Nu is liet duidelijk, dat alleen de eerste groep het grootburgerrecht op den duur doet voortbestaan. Alleen aan het recht van dezen moet dus voor goed een einde gemaakt worden; het recht van de anderen zal na verloop van tijd. van zelf uitsterven. Bepalen wij ons voorloopig alleen bij de eerste groep. We weten, dat de jaarlijksche uitkeering in 1866 bepaald is op 30 gulden. Nemen we deze som dan als uitgangspunt voor de te betalen geldsommen, dan zou, de rente a 3 % gerekend, de stad aan elk van deze grootburgers f 1000 moeten uitkeeren. We moeten evenwel bij het bepalen van deze som ook nog een andere overweging laten gelden. De tegenwoordige jaarlijksche uitkeering van /' 30 gaat op verschillende wijzen verloren: men verlaat de stad, men brandt geen eigen vuur en licht meer en in meer andere gevallen. De grootburger evenwel, die /'1000 kapitaal van de stad

') Men moet dit uitkeeren van een geldsom ineens niet met afkoop verwarren. De afkoop onderstelt twee partijen, de stad en een grootburger, die het, 11a loven en bieden, al of niet over een zekere som eens worden. I11 mijn geval evenwel bepaalt de stad, geheel eenzijdig een zekere som en zendt die den grootburger in plaats van zijn jaarlijksche 30 gulden in huis.

Sluiten