Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar tot dat einde zijn pen om een pamphlet l) te schrijven, gericht tegen haar schoondochter, de Princes Royaal, met wie zij op kwaden voet stond. Al spoedig daarop viel hem de bescherming ten deel van Johan de Witt, met wien hij reeds te Parijs briefwisseling had onderhouden. Door toedoen van de Witt werd hij aangesteld voor het redigeeren van de voor de buitenlandsche gezanten bestemde stukken en het vertalen van de door dezen bij de Staten ingeleverde memoriën. Hij steeg hoog in de Witts gunst, die zelfs eens liet oog op hem liet vallen voor de gedeeltelijke vervulling van het griffierschap van de Staten en die hem gebruikte als tusschenpersoon bij de Fransche ambassadeurs. Door de Witts invloed ook werd hem bij Resolutie van Gecommitteerde Raden van Holland van 6 Januari 1667 opgedragen de geschiedenis van de Republiek te schrijven. Hoe het met die opdracht gegaan is, vertelt Wicquefort in de Nouvelle van 13 Januari 2): „Ruim een half jaar geleden lieten de Staten van Holland mij blijken, dat zij gaarne zouden zien, dat ik de geschiedenis van dit land zou schrijven. Later sprak de Witt mij er veel over. Nu acht dagen geleden hebben Gecommitteerde Raden van dit gewest den heer van Wimmenum verzocht mij er toe te bewegen, en ik heb de taak aanvaard, hoe weinig vertrouwen ik ook stel in mijne kundigheden en krachten. Ik zal doen wat ik kan en daar ik zonder eenige beperking de archieven mag raadplegen, zal ik genoeg stof vergaren om er een goede geschiedenis uit op te bouwen. Ik zal haar beginnen bij den

1) iV. 1 Febr. 1662. Om zich tegen de verdenking, dat hij met de Douairière heulde, te verdedigen meldde hij Lionne, dat hij met uitzondering van het opstellen van dat stuk niets met haar uitstaande had gehad tot op 4 Januari 1662, toen zij, vernemende dat hij van een reis naar Frankrijk was teruggekeerd, hem bij zich ontbood 0111 te hooren, hoe het met de onderhandeling van den heer van Zuylichem over het prinsdom Orange gesteld was.

2) Vgl. de plaats uit zijne Rrjlexions, aangehaald in Lentings Levensbericht p. XVI rem. 2.

Sluiten