Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij cr gewicht aan hechtte, eindigt Gourville zijn verslag met deze opmerking: „j'ay fait tout ce discours dans 1'attente que Mr. de Vicfort en rendroit bon compte a Mr. de Wit."

Een tweede brief van Gourville aan Lionne is gedagteekend uit Amsterdam, Zondagmorgen 18 Maart. Hij had daar den Bisschop van Osnabrück opgezocht, om alsnog te beproeven de bekrachtiging van het concept te dwarsboomen. Zijn tegenstander Waldeck evenwel hield hem op een afstand en had hem dien morgen laten weten, dat hij nog te bed lag en hem dus niet ontvangen kon. „Ce qui ma fait soubconner," merkt Gourville aan, „qu'il attendoit quelque chose." Nu komt er iets wonderlijks, waaruit men de gevolgtrekking zou kunnen afleiden, dat Wicquefort zelf door toedoen van zijn zoon de bekrachtiging van het tractaat wenschte te verschuiven en dus Gourville in de hand te werken. Deze schrijft namelijk: „Le fils de Mr. de Vicfort est arrivé pour faire une nouvelle tentative aportant quelque relaschement" (in dit verband = uitstel). Welk belang had Wicquefort er bij om het tractaat, gedeeltelijk zijn eigen werk, af te breken ? Verklaarbaar is alleen, dat hij tegenover Gourville een dubbelzinnige rol speelde, opdat deze niet aan Lionne zou kunnen te denken geven, dat Wicquefort in zijne Nouvelles met zijn trouw aan Frankrijk te koop liep om het op staatkundig gebied des te straffeloozer te mogen tegenwerken.

In denzelfden brief bericht Gourville nog, dat hertog Jan Frederik van Hannover, broeder van de Hertogen van Luneburg, hem verwittigt, dat hij hier zal komen. Uit een later schrijven, gedagteekend den Haag 3 Mei 1668, is op te maken, dat deze vorst niet gekomen is, maar aan Gouryille door een van zijne raadslieden, de Groot *) genoemd, een brief heeft ter hand gesteld. Gourville zou de Groot belezen om diens meester te bewegen zijne broeders naar de Fransche zijde over te halen. Er moest daarbij scherp g'elet worden op

') Misschien dc resident van Oost-Friesland, neef van Pietcr de Groot.

Sluiten