Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tober: „j'estime qu'il (Vicfort) ne pourrait mieux faire que do s'attacher dans l'employ de son pays ») s'il y peut trouver une subsistance raisonnable." Toen nu Wicquefort inzag, dat de Deensche en andere vliegers, die hij opliet om zich m Frankrijk een employ réel" te verschaffen, hun doel niet bereikten, nam hij aan wat hij krijgen kon en verklaarde hij zich bereid het correspondentschap van den Haag te aanvaarden, naar alle waarschijnlijkheid in een brief van ii Xo\ember 1660, welke in de Verzameling ontbreekt, doch door Mazarin (Lionne) in zijn antwoord van 3 December vermeld wordt. Dit antwoord is hoogst vleiend voor Wicquefort, „iemand zoo geestig en zoo handig." En verder heet het daarin: ous me ferez un singulier plaisir de 111e donner souvent de vos nouvelles suivant 1'offre que vous in en faites et particulierement quand vous verrez quelque lieu de mavertir des choses qui peuvent importer au bien de eet Estat, dont je feray toujours le cas qui se doit." Den 16'le" December aanvaardde Wicquefort zijn taak. nieuw voor hem ten opzichte van de plaats van werkzaamheid, doch oud voor den geboren journalist wat de wijze van uitvoering betreft, met de volgende woorden aan Mazarin (Lionne): „Ik zal u zeer zorgvuldig op de hoogte houden \an al wat tot mijn kennis komt. Ik spreek menschen, die weten wat er voorvalt. Zij zelfs, die aan het roer staan, schromen niet mij hunne oogmerken te onthullen." En als con man, die de daad bij het woord voegt, begint hij terstond mededeelingen te geven over de aanhangige quaestiën van Malta en Munster. De eerste zaak acht hij van groot gew iclit en de restitutie van de goederen aan de Orde van Malta houdt hij voor zeer billijk maar onuitvoerbaar. „Laat de Orde dus liever afzien van haar vordering en", zoo

'1 Een aanduiding, dat Wicquefort toen al door de Wilt aan het werk was ge/et. 1 rouwens. naar de heer van Riemsdijk mij mededeelde, blijkt uit de Resoluties van ,f,G2. dat hij sinds . April 1659 bij de Staten Generaal als translateur werkzaam was. De dagteekening 1 April is echter in tegenspraak met die van zijn terugkomst uil Frankrijk. Vgl. bl. 24.

Sluiten