Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Si bien que ce sera par cette voye que Monsieur Boreel 1'apprendra, n'en ayant rien sceu jusqu'icy, puis que par ses lettres du 9 de ce mois '), il escrit encore que 1'eschange des ratifications ne se fera point, si Messrs les Estats ne luy enuoyent procuration pour asseurer la garantie de la place de Dunquerque dans trois mois sur quoy je prendray la liberte de vous dire, Monsieur, que cette fa^on d'agir ne fortifie pas seulement le credit de Monsieur d'Estrades mais aussy celuy de Monsieur de Wit, a qui 1'on fait grand plaisir auec cela, quand le Roy fait faire les affaires de cette nature, sans la participation de Monsieur Boreel 2) auec lequel il n'a aucune confiance." Deze laatste woorden zijn te sterk dan dat de Witt ze hem in den mond zou hebben gelegd. Den ig^n April 3) gingen nu de Staten over tot het waarborgen van Duinkerken. Toch bracht de ordinaire geen bericht, dat de uitwisseling der ratificatiën geschied was, een onbegrijpelijkheid, die aan Boreels koppigheid geweten werd 4), maar welker voornaamste oorzaak was, dat de Koning met andere verdragen 5)

') In de bekende uitgave van de diplomatieke correspondentie van de Witt met de vertegenwoordigers der Staten in den vreemde, 's-Gravenhage 1723/25, komt geen brief van Boreel van 9 Maart 1663 voor. Hij zal toch wel geschreven zijn, daar Wicquefort het weten kon, omdat Boreels depêches door zijne handen gingen.

a) Ofschoon Boreel in dit geval door den Koning voorbijgegaan en dus gehoond was, was hij beter ingelicht dan Wicquefort wel meende. Immers den 2<len Maart schreef de Koning aan d'Estrades, dat hij zijn genomen beslissing zou intrekken, wanneer hem niet binnen drie of vier maanden het bezit van Duinkerken gewaarborgd werd. In de memorie, die d'Estrades bij de Staten indiende, liet hij voorzichtigheidshalve dezen termijn onaangeroerd.

") 19 April 1663 : „Messrs les Estats ont passé ce matin la garantie de Dunquerque, nemine contradiente."

') A' 29 Maart 1663.

5) Bij het tractaat van Parijs van 27 April 1662 was bepaald, dal partijen elkaar de verdragen zouden waarborgen, welke zij tot dezen datum met andere landen gesloten hadden. Na dezen datum hadden de Staten een tractaat gesloten met Engeland en een met Spanje over het land van Overmaze, tot wier garantie Lodewijk zich bereid verklaarde, verlangende van zijn kant de garantie van een viertal verdragen, welke hij na genoemden datum had aangegaan.

Sluiten