Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunst, dat niet het eenige is, hetwelk Wicquefort met angstvallige uitvoerigheid en voorliefde voor de proefnemingen der goudzoekers teekent'). Een Duitsch dokter te 's-Gravenhage had een verhandeling laten drukken, waarin hij de stellingen verdedigde, dat het onmogelijk was een panacé of eenzelfde geneesmiddel te vinden tegen alle kwalen en het eene metaal uit het andere voort te brengen. Deze ongeloovige nu ontvangt een bezoek van een jongen man van dertig jaren. Beide raken in gesprek over de verandering der metalen. De bezoeken worden voortgezet; bij het derde ontknoopt de man zijn wambuis en laat den dokter vijf plakjes goud zien, aan groene koordjes om den hals gehangen. „Dit is," zegt hij, „het zestiende deel van een hoeveelheid; de andere vijftien zestiende deelen heb ik gegeven aan de armen van een dorp bij Haarlem." Nu haalt hij een doosje voor den dag, waarin drie kogeltjes, die volgens hem honderdvoud hun eigen volume in goud kunnen voortbrengen. Hij biedt den dokter een klein stukje van een kogeltje aan ter grootte van een speldeknop; het moest gelegd worden in een pot met was en een ons lood erbij en daarna gesmolten. Toen ging de zonderlinge bezoeker heen en kwam niet meer terug. De dokter bleef ongeloovig, maar eindelijk voegde hij op aandringen van zijn vrouw het smeltsel te zamen en bevond na tien minuten, dat het goud was geworden. Dit goud heeft, verzekert Wicquefort, alle toetsen doorstaan en is erkend voor het fijnste en zuiverste, dat ooit goudsmid of vergulder gebruikte.

Van doktoren gesproken, aangaande den operateur, woonachtig te Oorschot in de Meierij van den Bosch, van wien zulk een roep uitging, dat Lodewijk XIV zijn hulp inriep voor de genezing van de Koningin-Moeder2), bericht de Nouvelle van 8 Januari 1665, dat de Staten hem gelast

') N. 3 Febr. 1667.

a) Memorie van d'Estrades aan de Staten, 2 Jan. 16O5. Dankschrijven des Konings voor do uitzending van den geneesheer, 31 Jan. 1665 (Est. III, p. 6, 35).

6

Sluiten