Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

storen; in de aanvallen, die hij tegen hem richtte, had hij geen maat te houden. „Die Bernarts", zoo heet het op een plaats in de Nouvelles, „voert briefwisseling met de Boulliau '), een ondergeschikte van de Thou, een briefwisseling die zoo gevaarlijk is, dat de goede bedoelingen des Konings er hier te lande wel eens door misduid konden worden" 2).

In het tijdsverloop tusschen het vertrek van de Thou en de komst van zijn opvolger gaven Bernarts en Destouches zich voor zaakgelastigden des Konings uit. Dit verdroot Wicquefort geducht en waar hij kon, maakte hij ze bont. Met een koddig trekje wordt aangestipt hoe de gansche vergadering der Hoogmogenden in stomme verbazing opkeek, toen beide heeren, pronkende met de wijdluftige titels van „Conseillers et Secretaires du Roy", hun een verzoekschrift kwamen aanbieden over de zaak van Malta, en hoe men op het punt was hun de deur te wijzen, toen het den griffier inviel, dat de Thou bij zijn vertrek gezegd had, dat hij die twee als zijne secretarissen achterliet. Dank zij dezen gelukkigen inval hernam de vergadering haar deftigheid, hoewel het geval haar bleef bevreemden, daar immers de familie van den eenen secretaris geheel aan lager wal geraakt was en beide heeren er een levenswijs op nahielden, die den naam des Konings, waaronder zij schuil gingen, weinig eer aandeed 3). Een dergelijke berisping ontving Bernarts, toen hij

) Ismaël Boulliau, 1605—1696, bekend Fransch wiskunstenaar uit de 1 ;dl' eeuw. Onder de Thou was hij secretaris van de ambassade in den Haag. A. P. Faugère, Journal d'un voyage a Paris 1657158, Paris 1862, deelt (p. 493) een dankschrijven van de Thou aan den Kardinaal van 7 Maart 1658 mede, waaruit zou blijken, dat Boulliau benoemd was tot Mazarins bibliothecaris. In La Grande Encyclopédie wordt s. v. geen melding gemaakt van deze benoeming. Wicquefort roemt hem in de N. van 18 Jan. 1662 om zijn kennis van het Gneksch; hij beoefende die taal te zanten met Friquet, den keizerlijken resident in den Haag. Wij vinden den naam van Boulliau ook op talrijke plaatsen in de thans uitgegeven Correspondentie van Christiaan Huvehens.

8) N. 5 April 1663.

*) N. 30 Nov. 1662.

7

Sluiten