Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

luchtte hij zijn boosheid in een heftig klaagschrijven aan Lionne ').

Het werk van Arnauld was een verweerschrift tegen den Protestantsclien godgeleerde Jean Claude 2). Men sloeg ook hier te lande het dispuut met aandacht gade. „Le premier bruit qu'excitera la response au ministre Claude commence en ce pays", meldde Pomponne den 15 den Mei. Vol vuur voegde zich de beleedigde Wicquefort aan de zijde van de bestrijders van Arnauld. IIij moet over hem een zeer kras pamphlet hebben verspreid, volgens Pomponne een samenraapsel van de grofste uitdrukkingen en scheldwoorden, ondanks het eerherstel, dat Arnauld hem had geschonken 3).

') Add. op de N. van 25 April 1669. Als Bij/. F—Q zijn de belangrijkste stukken overgenomen, welke betrekking hebben op den twist tussehen Pomponne (Arnauld, Bernarts) en Wicquefort.

s) Zie over Jean Claude, den vermaarden predikant van de gemeente van Charenton, een sieraad van de Hervormde kerk in Frankrijk, Eugène et Emile Haag La France protestante, 2e ed. 1877 (Col. 449 a 476). Omstreeks het jaar 1662 had Claude zich in een hcftigen theologischen strijd gewikkeld met den Jansenist Nicole. Daarna werd hij vinnig aangetast door Antoine Arnauld, den steunpilaar van het klooster Port-Royal. Het debat liep over de opvatting van het Avondmaal in de leer der Oostersche kerk. Claude bleef het wederantwoord niet schuldig en zoo ging het voort. Hij en Arnauld waren tegenstanders van gelijke kracht en van gelijk aanzien onder hunne volgelingen. De Protestanten werden bij deze gelegenheid middellijk bijgestaan door de Jezuïeten, die het gaarne zagen, dat hunne vijanden, de Jansenisten, in het nauw werden gebracht, en daarom wisten te beletten, dat de strijdschriften van de Protestanten van hooger hand in beslag werden genomen. De welsprekende Claude werd later een der eerste offers van de herroeping van het Edict van Nantes. Hij nam de wijk naar ons land en overleed te 's-Gravenhage in 1686.

*) gehoonde Wicquefort moet Arnauld waarlijk niet zachtzinnig hebben aangetast. Zelfs zijn vriend de Groot noemde zijn antwoord „extremement forte" (Kramer a. w. p. 10).

Daar ik toch met eenige uitvoerigheid spreek over den strijd tussehen Wicquefort en Arnauld, acht ik het niet ondienstig mede te deelen, met welke woorden de laatste aan den eersten voldoening schonk. Die plaats is te vinden in Liv. V Ch. VIII p. 447 van La Perpetuite de la Foi de l'Eglise catholique tonchant l'eucharistie, defendue contre le livre du Steur

Sluiten